Cultureel ondernemerschap blaast stadswijken nieuw leven in
Door Floor Tinga
De kunstprojecten Freehouse, Hotel Transvaal en 100% Mode verschillen in aanpak, maar hebben allemaal hetzelfde doel: het stimuleren van cultureel ondernemerschap in de wijk. Zodat het ondernemerschap creatiever wordt en meer oplevert. En de wijk dynamiek krijgt.

Of je nu in Groningen of Middelburg woont, wie een gemiddeld marktplein betreedt weet vaak vooraf al wat er te krijgen is. Naast voedingswaren zoals vlees, groenten en zuivel zijn er de dertien in een dozijn pyjama’s, schoenen en tassen die standaard op een rijtje uitgesteld staan. ‘Dat moet toch anders kunnen’, vond beeldend kunstenaar Jeanne van Heeswijk. Binnen het project Freehouse dat ze in samenwerking met architect Dennis Kaspori ontwikkelde, stimuleerde ze marktkooplui in de Rotterdamse Afrikaanderwijk om zich te onderscheiden met hun koopwaar.
Burgerlijke ongehoorzaamheid
Het was overigens geen eenvoudige opdracht. De regels van de markt verbieden een ondernemer namelijk meer dan één activiteit per stal te ontplooien. Om onder het strakke keurslijf van de marktreglementen uit te komen, bedacht Van Heeswijk daarom ‘De Markt van Morgen’ waarbinnen ze een jaar lang driehonderd acties in burgerlijke ongehoorzaamheid organiseerde. De boetes nam ze eigenhandig voor haar rekening. Via kleine speldenprikken werden de marktkooplui gestimuleerd om hun cultureel ondernemerschap te ontdekken. Dit varieerde van het maken van soep van overgebleven groenten, tot het versieren van de marktstalletjes of het customizen van kleding. Acties die ronduit verboden waren, maar in veel gevallen tot een grotere omzet voor ondernemers zelf leidden. Bovendien kwam het de levendigheid rondom het plein ten goede.
Nestelen in de wijk
Ook beeldend kunstenaar Sabrina Lindemann wist met haar projecten invloed uit te oefenen op het cultureel-economisch potentieel van de Haagse herstructureringswijk Transvaal. In samenwerking met beeldend kunstenaar Annechien Meier brak ze met de gangbare praktijk van wijkvernieuwing door zich letterlijk en figuurlijk in de wijk te nestelen. Met hun ‘Mobiele projectbureau OpTrek’ bewogen ze zich van slooppand naar slooppand door Transvaal. Sabrina Lindemann wilde juist met interventies, debatten en kunstprojecten commentaar leveren op stedenbouwkundige plannen en alternatieven bieden voor de aanpak van wijkvernieuwing.
De wijk als hotel
Een opvallend project van OpTrek was Hotel Transvaal in Den Haag, een concept van het architectenduo RAL2005 (Jan Konings en Duzan Doepel). Dit bijzondere hotel opende in 2007, hetzelfde jaar waarin de veertig Vogelaarwijken voorpaginanieuws werden. Gedurende anderhalf jaar maakte Hotel Transvaal gebruik van tijdelijke vrijgekomen ruimtes in de wijk waarin verschillende kunstenaars werden uitgenodigd een kamer in te richten. Doordat de kamers verspreid lagen door de wijk en slechts als slaapplek dienden, werd Transvaal één groot gastenverblijf. Naast dat het hotel banen voor de wijk opleverde in de vorm van hotelmanagers, schoonmakers en oproepkrachten, waren de hotelgasten voor hun ontbijt of diner aangewezen op de lokale ondernemers. Hierdoor betekende het project een stimulans voor de bestaande lokale economie. Er ontstond een gastvrije omgeving in een wijk die doorgaans met een negatief stempel in het nieuws kwam.

De viltkamer door kunstenaar Anna J. van Stuijvenberg in Hotel Transvaal
Mode als vliegwiel
Een heel ander project is 100% MODE, dat als onderdeel van een stedelijke vernieuwingsaanpak door de Gemeente Arnhem, Volkshuisvesting Arnhem en de culturele broedplaats Stichting het Hoofdkwartier is opgezet. De multi-etnische wijk Klarendal, die tot halverwege de twintigste eeuw nog een van de belangrijkste winkelcentra in Arnhem was, raakte in de loop der jaren verloederd door de invloed van drugshandel en obscure huisjesmelkers. Ondernemers trokken weg, huizen kwamen leeg te staan en de onveiligheid in de buurt nam steeds verder toe. Omdat het gezicht van Klarendal erg bepaald werd door deze panden, besloot de woningcorporatie in 2004 ze op te kopen en te renoveren. In diezelfde periode liep de Stichting het Hoofdkwartier, een culturele broedplaats, met plannen om de studenten van de Modeacademie na hun afstuderen meer aan Arnhem te binden. De gemeente, woningcorporatie en Het Hoofdkwartier sloegen de handen ineen en zo ontstond het idee om van Klarendal een Arnhems 'modekwartier' te maken.

Bewuste schakels
Het concept van 100% MODE is wel aan regels gebonden. Niet iedere creatieve ondernemer kan zich zomaar in het modekwartier vestigen. Sterker nog, een aantal kunstenaars die al voor het aanbreken van het project zich daar gevestigd hadden, werden gevraagd te vertrekken omdat hun discipline niet binnen het idee van het project paste. De samenstelling van het modekwartier is zo uitgekiend dat alle schakels van het productieproces in de wijk aanwezig zijn. Dit varieert van ontwerpers, naaiateliers en modewinkels tot modellenbureaus. De selectie van de kandidaten werd in eerste instantie in samenspraak met Het Hoofdkwartier gedaan, maar de verantwoordelijkheid van de selectie ligt tegenwoordig geheel bij het projectbureau van 100% MODE zelf.
Verschil in aanpak
Hoewel 100% MODE ook het cultureel ondernemerschap in de wijk op de agenda heeft staan, is er wel een verschil in aanpak ten opzichte van Freehouse en Hotel Transvaal. Bij Freehouse en Hotel Transvaal is de aanpak bottom-up. Deze projecten nemen het cultureel potentieel van de wijk zelf als belangrijkste uitgangspunt. 100% MODE is top-down georganiseerd en eerder gestoeld op het opwaarderen van de wijk door creatief volk 'van buiten' te laten invliegen om zo Klarendal meer allure te geven. Hoe dan ook, het is het resultaat dat telt. Of het project nu ontstaat via burgerlijke ongehoorzaamheid, een onafhankelijke artistieke inbreng of deel uitmaakt van een breder gedragen gemeentelijk initiatief: Freehouse, Hotel Transvaal en 100 % MODE laten zien dat het stimuleren van cultureel ondernemerschap de leefbaarheid van de wijk kan verbeteren.
Meer weten?
Het uitgebreide artikel verscheen eerder op de website van het Nederlands Architectuur instituut. Hierin komt ook aan bod hoe de initiatieven zijn gefinancierd.