Cowerken in Berlijn
De kunst afkijken bij onze oosterburen
Het traditionele kantoor heeft geen toekomst. Daarom experimenteren we in Nederland volop met het nieuwe werken. Maar Berlijn is de geboortegrond van de cowerkplekken en loopt net een stapje voor. Welke kunst kunnen we afkijken van de stad die geld niet belangrijk vindt voor innovatie? Een rondje langs de verfrissende werkplekken van onze oosterburen.
Door Vincent Kompier

Het uitzicht vanuit de Berlijnse cowerkplek Raumstation is schitterend: overal groene planten. Bij cowerkplek MobileSuite is de huiskleur levendig limoengroen en staan de sanseveria’s vrolijk en fris op de werktafels te wachten op cowerkers. Het is kenmerkend voor een snel groeiend fenomeen in Berlijn: de opkomst van cowerkplekken. Dat zijn ruimtes waar eenpitters en freelancers al naar behoefte kunnen werken: een uurtje, een dag, een maand of een jaar. Tegen redelijke kosten: een dagkaart varieert tussen de 10 en 12 euro, een maandkaart tussen de 60 en 120 euro en wie het wil proberen kan een vijfrittenkaart nemen vanaf 30 euro. Cowerkplekken maken de virtuele twitter-facebook, myspace en youtubewereld weer fysiek. Het zijn commercieel geëxploiteerde –maar ideëel gedreven- organisaties of platforms, die de digitale bohemiens, ofwel de stedelijke kenniswerkers en creatievelingen, een werkplek aanbieden.

Het nieuwe ontmoeten
Een plek waar het allemaal begonnen is –zeg maar de oermoeder van alle cowerkplekken - is het Betahaus. De oprichters van het Betahaus zijn het er stellig over eens: waarde wordt allang niet meer in de klassieke kantoren geschapen. Wel op verschillende plekken, op verschillende tijden, in verschillende teamsamenstellingen en zonder vaste aanstelling. Ziehier het onderliggende principe van het cowerken. Openheid is daarbij niet iets voor de bühne, maar essentieel onderdeel van het hele concept. Hoe organiseer je dat? Wekelijks is er het Betabreakfast, waar grafische vormgevers, softwareontwikkelaars, architecten en laptop-arbeiders aan de Nutella gaan, terwijl ondertussen nieuwe start-ups zich presenteren. Presentaties, filmavonden, speeddating, gezamenlijk eten; alle vormen van elkaar ontmoeten komen voor. Er is altijd wat te doen; er wordt met 100% gezorgd dat er een community, een gemeenschap ontstaat. Want de hele dag alleen, dag in dag uit, maand in maand uit dat trekt alleen de grootste kluizenaar.

Berlijnse initiatieven
Mensen zijn al werkende op zoek naar mooie en goede werkplekken. Raumstation is zo’n plek. Opgezet door het architectenbureau Raumstar in de lang niet zo populaire wijk Wedding is het een kleinood onder de cowerkplekken. Hier kom je bij elkaar om in alle rust te kunnen werken op een fijne plek met mooie architectuur en inrichting in een hof achter een onopvallende woonstraat. Daarnaast biedt Raumstation aan niet-commerciële organisaties elk halfjaar kosteloos een werkplek aan, in samenwerking met de lokale krant Taz. Deze niet-commerciële organisatie wordt vanuit Taz en Raumstation begeleidt om zakelijker te gaan ondernemen. Na een half jaar is de volgende aan de beurt. Dit is kenmerkend voor veel van de werkplekken; de cross-overs die deels als vanzelf –tussen de cowerkers- ontstaan. En die cross-overs zijn ook weer typerend voor Berlijn, waar ze aan de basis staan van veel nieuwe, frisse ideeën en ondernemingen.

Kies de co-werkplek die bij je past
Cowerkplek Wostel gooit het over een andere boeg; juist de directe herkenbaarheid en zichtbaarheid vanaf de straat in de wijk Neukölln moet potentiële (net-)werkers ertoe verleiden binnen achter het raam het werk voort te zetten. De voormalige stofzuigerfabriek leent zich er uitstekend voor. De veelzijdigheid aan cowerkplekken is opvallend. Het lijkt erop dat de diversiteit die Berlijn kenmerkt zijn weerslag heeft in de verscheidenheid aan werkplekken: van het intieme Wostel in Neukölln (‘Not fördert die Kreativität’ ) via het artistieke Raumstation in Wedding ( met maar tien werkplekken want: ‘klasse versus massa’) , langs het wegrestaurant-wordt-cowerkplekachtige CoworkINN (“met ‘mannelijk’ en ‘vrouwelijk’ ingerichte ruimten zodat iedereen zich thuis kan voelen”) via het biologische-veganistische Yorck 52 in Schöneberg (“wij hadden al ecostroom vóór de Fukushimaramp”) naar het hippe, corporate MobileSuite (“wij zetten de standaard”); alle smaken aan cowerkplekken lijken vertegenwoordigd. Dat uit zich in de klanten die er komen werken; bij de een zijn het de traditionele computerboys die de sfeer bepalen; bij de ander zit architect naast vormgever naast tekstschrijver naast journalist.

Niet bang voor concurrentie
De drempel om een cowerkplek te beginnen is door de geringe opstartkosten laag. En subsidie? Dat is in Berlijn een simpel onderwerp; de stad heeft geen geld. Belangrijker: de generatie die de cowerkplekken opzet vindt subsidie aanvragen vaak gedoe. Het gaat erom het moment te pakken is het motto. Een vakbond van cowerkplekken is er (nog) niet. Deze wordt ook niet echt gemist. Veel van de net gestarte cowerkplekken hebben steun gehad aan de oprichters van het Betahaus, dat van mening is dat iedere plek uniek is, en dus concurrentie niet wordt gevreesd. De vraag is groot, het aanbod ondanks de groei krap en dus wordt ieder nieuw initiatief toegejuicht.
Alleen de halfoverleden ficus bij de CoUp; die past niet in het beeld van Berlijn als cowerkplekgeboortegrond nummer één van Europa. Dat ligt eerder aan de doelgroep van CoUp –computerprogrammeurs dan aan het vruchtbare klimaat in Berlijn waar veel cowerkplekken goed gedijen.

Vincent Kompier en Margit Cevaal bezochten voor dit artikel de volgende co-workplekken in Berlijn en interviewden daar oprichters en coworkers: Betahaus, CoUp, CoworkINN, Mobilesuite, Raumstation, Wostel en Yorck 52.
